FOLKIES UNITE!
Cultuurshock

"Je bent een lang weekend weggeweest, niet? Wat heb je gedaan?"

"Ik ben naar een festival in Frankrijk geweest. Het was fantastisch! Moet je je voorstellen: een dorp - nou ja, ze hebben stadsrechten, maar "stad" is toch echt te veel eer - van drie straten in the middle of nowhere in de Berry in Frankrijk, met een middeleeuws kasteel in het midden. Het hele jaar gebeurt er absoluut niets, behalve rond de Quatorze Juillet. Dan is het dorp vier dagen lang vergeven van de muzikanten. Het schijnt ooit begonnen te zijn met een wedstrijd voor draailierspelers en doedelzakspelers, maar het is uitgegroeid tot een volksmuziekfestival waar duizenden mensen uit heel Europa op af komen.

We zijn er donderdag naartoe gereden. Als je van de grote weg afgaat moet je eerst kilometers door eindeloze graanvelden met af en toe een silo, maar op een gegeven moment hoor je in de verte de doedelzakken al en doemen de eerste tenten op. Terwijl we naar een plekje voor de tenten zochten zagen we overal op de camping mensen muziek maken: op doedelzakken en draailieren natuurlijk, maar ook op trekharmonica's, violen, gitaren, fluiten, van alles! Ik zag auto's en caravans met nummerplaten uit heel Europa, veel Franse natuurlijk, maar ook Nederlandse en Belgische, zelfs Hongaarse en Finse!

Het festival zelf was in de kasteeltuin. Verspreid over de tuin stonden stands waar instrumentenbouwers hun waar aanboden, en ik heb instrumenten gezien waarvan ik het bestaan nooit had durven vermoeden. Wisten jullie dat Hongaarse doedelzakken een vacht hebben, en een spiegeltje op de voorkant om de duivel af te schrikken? En dat de Zweden op aardewerken fluiten spelen die je wel vier of vijf keer kan overblazen? Ik viel van de ene verbazing in de andere.

's Avonds waren er optredens met het oude kasteel als decor... Het zag er prachtig uit, het was bijna een sprookje met die muziek erbij. Maar dat was nog lang niet alles. Na het concert begon het bal, en het bal was in heel het dorp! Er waren wel vijf of zes houten dansvloeren aangelegd, met daarnaast een tafel waar de muzikanten op konden zitten om te spelen. Overal werd gedanst en gespeeld, de hele nacht door... Ik liep met mijn viool van dansvloer naar straathoek, en van dorpscafé naar dansvloer... En iedereen danste en maakte muziek, van pubers op hun gympen via punks op legerlaarzen tot huismoeders op hun beste dansschoenen... En ik dacht bij mezelf: ik wou dat muziek vloeibaar was, zodat het uit de kraan kon stromen, zodat ik erin kon duiken, en zinken, tot ik op de bodem zou liggen met het volle gewicht van de muziek op me en ik mijn longen ermee kon vullen zonder te verdrinken..."

Plotseling werd ik me bewust van de pijnlijke stilte in de koffiekamer. Mijn collega's keken me met verschrikte ogen aan. Louise, de secretaresse, probeerde te glimlachen, maar was te nerveus om dat overtuigend te doen. Het is weer zo ver, dacht ik. Ik heb me weer mee laten slepen. Waarom begin ik nou weer muziek met water te vergelijken? En die opmerking over verdrinken, wat voor indruk moet dat al niet op mijn collega's maken? Maar toen verbrak van Bremen, de hoogleraar Regionale Economie, de stilte. Hij slikte een paar keer, haalde eens diep adem en stamelde met een gezicht alsof hij op een citroen had gebeten: "Heb... heb jij ook g- gevolksdanst?"

30 maart 2003