FOLKIES UNITE!
Hoe hoort het eigenlijk?

Nooit gedacht dat ik nog eens een stukje zou schrijven met een verwijzing naar wijlen Amy Groskamp-ten Have's bijbel over gewetensvragen als "met welke hand hou ik de soeplepel vast?" maar geloof me, dit is een bloedserieus onderwerp. Te vaak raken mensen op folksessies gefrustreerd omdat hun buurman niet kan spelen, omdat ze niet aan de beurt komen of omdat hen domweg de mond wordt gesnoerd. En dat hoeft niet! Als zelfs een anarchistisch medium als het Internet zoiets als netiquette kan ontwikkelen, moet het voor folkies zeker mogelijk zijn om een soort van ongeschreven regels te hanteren die het verkeer tussen muzikanten een beetje kunnen versoepelen.

Sterker nog, die ongeschreven regels bestaan al voor sommige tradities. Tik "session etiquette" in Google in en je krijgt een waslijst aan aanwijzingen hoe je je op Ierse en Schotse sessies als nieuwkomer dient te gedragen. Zo'n Ierse sessie heeft vaak iets mysterieus, misschien zelfs iets elitairs: de muzikanten lijken een geheimtaal te spreken die alleen een ingewijde begrijpt. De enkeling die zich een plaatsje in een Ierse sessie denkt in te kopen door een bodhrán aan te schaffen, komt vaak bedrogen uit: hem of haar wordt verteld op te krassen en thuis eerst een deun te leren in plaats van de sessie te verklooien (terwijl die ouwe Ier met die veel goedkopere bodhrán wel mee mag doen!). De conclusie luidt dan al snel dat de muzikanten arrogant zijn, en dat de sessie niet open staat voor nieuwelingen.

Op de 'algemene' folksessies, zoals die momenteel in Wageningen, Utrecht of Amsterdam plaats vinden, gaat het er wel iets anders aan toe. Daarom zijn niet alle aanwijzingen die je op bovengenoemde sites zal vinden van toepassing. Om een voorbeeld te geven: terwijl op Ierse sessies het repertoire bij zowat iedereen bekend is, worden op 'algemene' sessies melodieën uit verschillende tradities gespeeld. Daardoor is de kans groter dat niet iedereen een bepaalde deun kent, en moet er wat meer moeite worden gedaan om iedereen aan bod te laten komen. Maar pas op: er zijn ook overeenkomsten, en ook op een 'algemene' folksessie kunnen ongeschreven regels bestaan. Ik heb daarom eens naar de tips, do's en don'ts van de 'Ierse' sites gekeken, eruit gepikt wat volgens mij ook in, bijvoorbeeld, De Zaaier van toepassing is en mijn eigen ideeën daaraan toegevoegd. Het resultaat is samen te vatten in vijf lessen:

  1. Een folksessie is geen jamsessie
  2. Weet wat je speelt
  3. Weet wanneer je niet moet spelen
  4. Een sessie heeft publiek
  5. Muziekinstrumenten hebben een eigenaar

Doe er je voordeel mee.

Les 1: Een folksessie is geen jamsessie

Op zich kan ik het iemand vergeven die twee door elkaar te halen. Op het eerste gezicht lijkt een folksessie een anarchistisch gebeuren: iemand begint iets te spelen, anderen springen in, de gitarist tovert allerlei jazz-akkoorden tevoorschijn en de percussionist werkt zich in het zweet met allerlei ingewikkelde, syncopische ritmes. En het klinkt allemaal hetzelfde. Lijkt wel. Maar schijn bedriegt, voor zowel een folksessie als een jamsessie. In een jamsessie worden vaak bepaalde blues- of jazzthema's gespeeld waarover gesoleerd kan worden, muzikanten weten dondersgoed wat er straks gaat gebeuren en soms is er zelfs een soort sessieleider die aangeeft wie wanneer aan de beurt is voor een solo - en niet meer dan acht maten alstublieft. Zo spontaan als het lijkt is het vaak echt niet.

Op een folksessie ligt er nog meer vast dan op een jamsessie. Het repertoire bestaat uit melodieën die soms al bestonden toen de grootouders van de muzikanten nog geboren moesten worden. Die melodieën hebben meestal een vast patroon, een sterk eigen karakter. Doordat ze vaak ooit voor een dans zijn gecomponeerd, hoort er in principe een bepaald ritme bij. Op een folksessie is dus minder ruimte voor improvisatie dan op een jamsessie, maar daar zit de essentie van een folksessie dan ook niet in. De essentie van een folksessie is die geweldige rijkdom aan melodieën, dansen en liederen die er in een traditie kunnen bestaan. Folksessies draaien om deunen, waar jamsessies om improvisatie draaien.

Dat wil trouwens niet zeggen dat improviseren verboden is! Het grappige van folksessies is wat dat betreft dat de ritmesectie (bodhrán, contrabas, trommel, gitaar, etc.) meer improviseert dan de melodie-instrumenten. Je kan een deun geweldig inkleuren door er jazz-akkoorden onder te spelen, door een beetje syncopische ritmes te spelen, enzovoort. Maar het gaat om de deun, en die moet je zijn waarde laten. Het is dus het beste als je de deun kent, en ook weet wat voor soort deun het is. En zo kom ik bij de volgende les.

Les 2: Weet wat je speelt

In mijn kast staat een leerboek van een Ierse gitariste genaamd Sarah McQuaid, en zij doet de stellige uitspraak over sessiegitaristen: "you cannot back a tune you do not know". Er zijn zelfs mensen die zo ver gaan dit zelfs voor de bodhrán te zeggen: leer eerst de deun voordat je erop gaat trommelen. Overdreven? Misschien, maar er zit wel een kern van waarheid in.

Ierse muziek, bijvoorbeeld, lijkt allemaal hetzelfde te klinken. En een ervaren gitarist kan soms een heel eind komen als hij of zij de deun niet kent. Ik zeg: soms, want vaak neemt zo'n deun net weer een gekke wending waar je als gitarist absoluut niet op berekend bent. Vooral veranderingen in toonladder zijn berucht, maar soms is het ook net een vreemd nootje dat een deun net dat aparte karakter geeft. Als je je daar niet van bewust bent, gaat dat aparte karakter verloren in de brij van akkoorden die je speelt. Zou je de deun kennen, dan kun je dat juist benadrukken, zoals de Ieren dat zeggen 'to lift the tune'.

Op algemene sessies gaat dit ook op, maar net ietsje anders. Je hoort niet alleen jigs en reels, maar ook schottisches, mazurkas, bourrées, an dro's en een hele trits van balkandeunen waarvan ik de naam niet weet. Op zich is het geen schande als je de deun niet precies kent, als je maar wel hoort wat voor iets het is. Ik heb aan het begin weleens de vergissing begaan bourrée's voor polka's aan te horen: dat geeft een heel bijzonder effect moet ik zeggen. Maar ik heb ook wel eens meegemaakt dat ik een schottisch inzette en drie keer trager eindigde dan ik begon omdat iemand er allerlei ingewikkelde Balkanese ritmes onder probeerde te spelen. Dat is bijzonder irritant: het was niet mijn bedoeling het ding als een Transsylvaanse begrafenismars te spelen, het was een lekkere sappige swingende schottisch!

Waar het dus om gaat is: als je iets mee speelt, zorg dan dat je op zijn minst weet wat voor deun het is en wat voor begeleiding, en wat voor instrument, daarbij past. Het is nog beter als je de deun zelf kent, en het is helemaal super als je vantevoren hebt geoefend op die geweldige begeleiding. En als je het nou niet kent? Dan kun je eindelijk naar de wc. Want het is heus geen schande om even niet te spelen: sterker nog, het wordt vaak juist gewaardeerd als je even anderen de gelegenheid geeft. En laat les 3 nou net daarover gaan.

Les 3: Weet wanneer je niet moet spelen

Je bespeelt je instrument al een paar jaar, je hebt lessen, workshops en cursussen gevolgd, eerstvolgende keer dat je op een sessie meespeelt kijken ze je nog vuil aan... Wat nou weer?!? Misschien komt het doordat je probeert een gevoelige middeleeuwse ballade met je kazoo mee te spelen. Past niet. Hou er rekening mee dat bepaalde instrumenten niet bij sommige, vooral rustige, liedjes of melodieën passen: sommige liederen of deunen zijn helemaal zonder begeleiding zelfs het mooiste. Bij zulke gevoelige dingen zitten de muzikanten vaak ook bijzonder geconcentreerd te spelen, en een wilde begeleiding die niet helemaal lekker past kan behoorlijk storend werken.

Het is sowieso verstandig niet ieder liedje en iedere deun mee te spelen, zeker als je een instrument bespeelt dat nogal overheersend is. Vooral doedelzakken hebben dat probleem, vanwege hun volume, de bourdonpijp en het feit dat ze doorgaans maar één octaaf van één toonladder hebben. Maar ook veel percussie-instrumenten, zoals snare drums, darbuka's en djembé's hebben dat probleem. Het getuigt wel van het nodige medeleven om een dergelijk instrument zo nu en dan even opzij te leggen en het publiek een beetje rust te gunnen. Publiek? Heeft een sessie publiek? Jazeker.

Les 4: Een sessie heeft publiek

Sessies vinden plaats in cafés. In cafés zitten gasten. Die gasten komen voor een pilsje, een praatje, en waarderen het dat er ook muziek gemaakt wordt - dat wil zeggen, als de muziek ook leuk is om naar te luisteren. Dat betekent ook dat je als muzikant een beetje rekening moet houden met je publiek: een geintje is leuk, maar een morsecodesuite van drie kwartier is toch teveel van het goede. En nog belangrijker: zorg dat je instrument gestemd is. Alsjeblieft.

Dit wil trouwens niet zeggen dat je pas mee mag doen als je een of ander diploma hebt gehaald, al lijkt het er op sommige Ierse sessies misschien wel op. Het leuke van een folksessie is juist dat het zo laagdrempelig is, zodat iedereen de gelegenheid heeft om iets te laten horen en zijn of haar schroom te overwinnen. Er mag best iets mis gaan, het hoeft niet allemaal zo virtuoos of snel. Afhankelijk van de sessie hoeft het niet eens haarzuiver te zijn - soms heb je een publiek dat het al leuk vindt dat je het probeert. Maar pas op, alles met mate: als je slechts één noot op je jachthoorn hebt kunnen vinden raad ik je toch aan eerst de andere noten te zoeken voordat je het ding naar een sessie meeneemt. Het hangt dus ook van het publiek af wat je kan maken: hou daar rekening mee.

De laatste les betreft een gevoelig onderwerp onder muzikanten, en het zou kunnen dat mijn woordkeuze hier en daar een beetje uit de bocht vliegt. Als je snel beledigd bent en je leest liever niet verder: het komt erop neer dat je niet zomaar iemands instrument moet pakken. Vraag het op zijn minst eerst even.

Les 5: Muziekinstrumenten hebben een eigenaar

Okee. Even tot drie tellen. OK, tien dan maar. Als ik ergens een ontzettende, maar dan ook een ongelooflijke niet te bedwingen welhaast psychopathische teringhekel aan heb zijn het mensen die bij gebrek aan een eigen instrument ongevraagd mijn viool, gitaar of bodhrán pakken om het ook eens te proberen. Dit geldt ook voor mijn andere instrumenten trouwens. Ik heb voor die dingen betaald, ik heb er op leren spelen, ik heb bij tijd en wijle mijn ziel en zaligheid over ze uitgestort en ze zijn me daarom bijzonder dierbaar. Je zou me net zo goed gelijk in mijn kruis kunnen grijpen. Ik ben daar niet de enige in: voor de meeste muzikanten is een instrument veel meer dan een gebruiksvoorwerp, en voor sommigen is het hun broodwinning. Het minste dat je kan doen is even vragen of je misschien hun instrument kan lenen. Goede kans dat het antwoord 'ja' is (wellicht ten overvloede: ik garandeer niet dat ik 'ja' antwoord als je me vraagt of je me in mijn kruis mag grijpen, en nee, je hoeft het ook niet te proberen), en als het 'nee' is, is dat al helemaal een teken dat je er goed aan hebt gedaan het even te vragen. Het getuigt vooral van onbenul en gebrek aan respect voor andermans spullen om ongevraagd iemands instrument te grijpen: het maakt ook in één keer duidelijk dat je zelf geen instrument bespeelt OF IN IEDER GEVAL GEEN VERSTAND HEBT VAN FOLKSESSIES! Pfffoehhh... Adem in... Adem uit... Adem in... Adem uit... Het gaat wel weer hoor.

Tot zover mijn korte les in sessie-etiquette. Ik hoop dat het niet al te belerend of zeurderig overkomt: het doel van een folksessie is vooral dat je heel veel plezier beleeft aan het muziek maken, en het is niet de bedoeling dat je je daarbij continu afvraagt of je het wel volgens de etiquette doet. Bovenstaande regels moet je vooral zien als goede manieren die ervoor zorgen dat iedereen een beetje vriendelijk voor elkaar kan blijven en als je zelf vaker op sessies speelt, zal je merken dat je het zelf ook waardeert als iemand anders hiermee rekening houdt. Hopelijk tot op een mooie zondagmiddag in De Zaaier!